Home

Welkom op de genealogie website van de familie Van den Boogaardt. De inhoud van deze site focust met name op de familietak rond Hendricus (I) Jacobus Johannes van den Boogaardt (1887-1956).

VOORWOORD

Wie heeft de vraag niet eens gesteld: “Waar komt mijn familienaam eigenlijk vandaan en wat is over deze lijn terug te vinden?” Dat is precies de vraag die ik ook graag eens beantwoord wilde zien. Dankzij de digitalisering van gemeente-archieven is dit tegenwoordig heel goed te doen ‘vanuit de luie stoel’. Voeg daaraan toe dat onze familie rijkelijk voorzien is van papieren verslaglegging, tastbare aandenkens en foto/video materiaal en je hebt het ideale recept voor het samenstellen van een kroniek.

Het hoogtij

De naam ‘Van den Boogaardt‘, HAFO en NEBO hebben de laatste decenia voor menig inwoner van regio Den Haag associaties gebracht met de fotohandel. Opgestart door Hendricus (I) in 1925; voortgezet en uitgebreid door zijn zonen Hendricus (II) en Ton; en gedeeltelijk voortgezet door zijn kleinzonen en partners, waarbij deze partners zeker genoemd mogen worden, want de kinderen zullen getuigen dat menig werk op de achtergrond en in de winkels verzet is door de vrouwen. In dat opzicht kan er rustig gezegd worden dat de term ‘eenmanszaak’ een bedrieglijke klank heeft als het aankomt op het voeren van een detailhandel.

Als kind ben je automatisch ook van dichtbij getuige van deze noeste arbeid: lange werkweken met koopavonden en op de eettafel, in de keuken, op de trap en in de boekenkasten zakelijke inboedel, apparaten, documenten of stapeltjes contanten (‘nee, dat is niet allemaal voor pappa’, probeer dat een kind maar uit te leggen). Aan tafel ging menig gesprek over de winkelaangelegenheden: nieuwe producten, persooneelsperikelen, lastige milieu-ambtenaren etc. Als kind mochten we er allemaal getuige van zijn. Familiebijeenkomsten stonden ook gewoonlijk in het teken van ‘de zaak’. En trouwen: dat deed je op een maandagochtend. Ik heb het met veel bewondering en belangstelling gadegeslagen en heb een groot respect overgehouden voor ‘de detailhandelaar’.

De ondergang

Ook heb ik van dichtbij de (gedeeltelijke) teloorgang van deze detailhandel gezien: ondanks de lange dagen steeds verder slinkende marges. Fotorolletjes die ook bij de Blokker ontwikkeld konden worden, grote mediagiganten die ook camera’s gingen verkopen en andere gevolgen van wijzigingen in wetgeving, waardoor de positie van de vakhandel steeds penibeler werd. Het is het lot geworden van bijna elke kleinere ondernemer: verdrongen worden door een grotere jongen. En ik kan geen vinger wijzen anders dan naar mijzelf, immers voor de aanschaf van menig product ga ook ik naar ‘de goedkoopste’, inmiddels via internet makkelijk gevonden. En zo zijn inmiddels Blokker en BCC en andere ‘groten’ zelf ook weer slachtoffer van nog grotere prijzenjagers. Het maakt het allemaal niet aantrekkelijk voor de jongere ‘Boogjes’ om in deze sector te duiken. Ach, laten we redelijk blijven, dat is toch de gang van zaken vanaf het moment dat geld werd uitgevonden. Ik haal hier dan ook graag een gezegde aan dat ik al vaak in vele varianten voorbij heb zien komen: ‘Treur niet om wat geëindigd is, maar vier wat je hebt beleefd!’. En bovendien, er zijn in de regio Den Haag nog steeds een paar prima lopende NEBO zaken die door slimme samenwerking een concurrerend product weten neer te zetten. Goed bezig jongens!

En vóór die tijd?

Het mag duidelijk zijn dat het geklik van camera’s niet altijd geklonken heeft in de familie-geschiedenis. Wat deed men vóór die tijd? Tsja, hier ontvouwt zich toch een heel wat somberder beeld van de realiteit, geen personeel of ski-vakanties naar Oostenrijk of afgehuurde hotels in Arcen. Daar waar al beroepen vermeld staan zien we termen voorbij komen als ‘schoenmaker’, ‘arbeider’, ‘melkboer’. En het voorkomen van registratie van opeenvolgende kinderen met eenzelfde naam doen vermoeden dat de daarvoor geborene helaas overleden is. Ook de leeftijden bij overlijden bij enkele voorouders vertellen een verhaal van een harde realiteit. Nederland vóór 1900 was voor de meesten een keiharde maatschappij.

Den Haag?

Historisch gezien heeft onze familie sinds ca 1810 in Den Haag gewoond, dus: dat maakt ons Boogjes ’tôg égtu hâgeneeze’, ook al zal de post-1950 tak dat graag willen betwisten (‘De Haag? Nee meneer: VÛRBURG!’). Voor die tijd is met zekerheid een link naar Delft te traceren in de 18e eeuw, en dáárvoor? Ja, lees daar maar de geschiedenis verslagen voor!

Het katholieke mysterie

Tegenwoordig mag het fenomeen ‘geloof en religie’ dan misschien een stervend begrip zijn in de familie, net als in de rest van de wereld overigens, vroeger was religie bepalend op elk vlak in het leven. Letterlijk van de wieg via de trouw tot het graf werd alles bepaald door de kerkelijke setting, en in dit geval bijzonder relevant: door de kerkelijke registers. Dit feit moet onderkend worden wil met succesvol genealogisch onderzoek doen. Dus laten we die roze olifant maar benoemen: wat doet een Katholieke familie in de toch overwegend protestantse regentenstad Den Haag? Laat hier nou een heel duidelijk en interessant antwoord op zijn!

Het graafwerk

Om deze archieven goed te kunnen gebruiken is het goed om enkele regels en systemen hierin te leren kennen: De Nederlandse Archiefwet stelt beperkingen aan welke gegevens openbaar geraadpleegd mogen worden. De akten van de burgerlijke stand zijn pas na vaste termijnen openbaar: geboorteakten na 100 jaar, huwelijksakten na 75 jaar en overlijdensakten mag iedereen na 50 jaar inzien. Ook zijn in de loop van de tijd archieven samengevoegd, doorgaans lopen deze archieven gelijk aan de huidige gemeentelijke indeling.

De Burgerlijke Stand (verplichte registratie van bepaalde persoonsgegevens, direct verwant aan de Napoleontische ‘Code Civil’) geldt in Nederland pas vanaf 1811 en in België vanaf 1796. Voor die tijd gold voor de Zuidelijke Nederlanden het ‘Eeuwig Edict’, uitgevaardigd in 1611, waarin werd vastgelegd dat doopsels, huwelijken en begrafenissen in de Zuidelijke Nederlanden verplicht werden geregistreerd.

Consistentie in spellingswijzen wordt niet afgedwongen, nog onder het Eeuwig Edict, nog in de Burgerlijke Stand. Gevolg hiervan is dat de achternaam van eenzelfde persoon in een geboorteakte op de ene manier geschreven kan worden, in een trouwakte op een andere manier en op zijn overlijdensakte op weer een andere manier. Dit zien we ook duidelijk terug komen in de gevonden documenten van deze familielijn. Deze inconsistentie geldt niet alleen voor de achternamen, maar ook voor de voornamen. Een veelvoorkomende naam in deze familietak is bijvoorbeeld ‘Johannes’, soms gespeld als ‘Joannes’ dan weer als ‘Jan’ etc.

Consistentie in achternamen van echtgenoten blijkt ook niet belangrijk, we zien in het ene document een vrouw met de meisjesnaam genoemd worden en in een ander document weer met een patroniem bijvoorbeeld. Dit maakt het zeker stellen van schakels niet makkelijker.

Combineer bovengenoemde inconsistenties met de fragmentarische aard van de kerkarchieven van vóór de Burgerlijke stand en men zal snel begrijpen dat alle reconstructies van de 18e eeuw en daarvoor op zijn zachtst gezegd ‘mistig en onzeker’ zijn.

This website stores cookies on your computer. These cookies are used to provide a more personalized experience and to track your whereabouts around our website in compliance with the European General Data Protection Regulation. If you decide to to opt-out of any future tracking, a cookie will be setup in your browser to remember this choice for one year.

Accept or Deny